Stukjes

Huub van de flat

Op de herfstborrel van de flat spraken we Huub, die schuin boven ons woont en geobsedeerd is door de min of meer criminele elementen die zich naast onze flat aan het water ophouden. Huub zit erbovenop. Hij observeert ze, noteert de nummerborden  van hun poenige busjes en belt twee keer per avond de politie. Als die al komen draaien ze alleen hun raampje naar beneden, volgens Huub omdat ze bang zijn.

Ik vind die jongens bij het water eng dichtbij. Wij wonen op de hoek van de flat op de begane grond en éénhoog, dus ze staan vlak onder ons slaapkamerraam. Ze praten opgefokt. Ze kunnen zo onze tuin in springen als ze willen. Ze tasten mijn woongenot aan. Moniek relativeert het nogal. Ze noemde het in het begin zelfs een keer ‘gezellig’.

Wij vertelden Huub op de hersftborrel dat Moniek vorige maand een keer naar die jongens onderweg was om te vragen of het zachter kon. Maar om bij die jongens te komen moet je eerst door onze binnentuin lopen, dan door de flathal naar buiten en weer over straat de hele lengte van de flat  terug, en terwijl Moniek onderweg was vertrokken ze, toevallig, en toen Moniek arriveerde was er niemand meer.

Huub schrok vreselijk van dat verhaal. Hij noemde het ‘levensgevaarlijk’. Hij wil de respons vanuit de flat in één hand houden, ‘als entiteit’. En dat wil hij graag managen. Hij smeekte Moniek om áls ze weer zoiets van plan is, dat alsjeblieft met hem te overleggen. We moeten GEEN HETZE creëren. Huub lost het op! Doe verder NIETS met die jongens. Dat kan LETTERLIJK LEVENSGEVAARLIJK zijn!