Stukjes

De schoonmaakster

Sinds mijn vrouw en ik in de gelegenheid kwamen de gangen van onze schoonmaakster na te gaan, ontdekten we dat ze van de afgesproken drie uur er soms twee werkte, soms twee en een kwart, één keer tweeënhalf maar nooit drie. En omdat ook het schoonmaakwerk als zodanig onze goedkeuring allerminst wegdroeg, besloten mijn vrouw en ik op zekere dag dit niet langer te kunnen dulden.

Het schoonmaken zelf probeerden wij positief te beïnvloeden met opbouwende handreikingen op het welkomstbriefje.

‘Hoi Gerdie. Kun je extra grondig afstoffen?’

‘Ha die Gerdie, toiletpot graag ook aan buitenkant en onderkant bril, dank!’

Ik zocht reeds enkele weken de moed ook haar werktijden aan te snijden toen plots mijn vrouw op een grijze donderdag de koe spontaan bij de horens vatte.

‘Hoelang hadden wij ookweer afgesproken dat je zou werken?’ vroeg ze nonchalant. Wij stonden op het punt discreet naar de bios te gaan voor een matinee en Gerdie, een nauwelijks tot mijn middel reikende vrouw van begin zestig, was juist de boekenkast begonnen te plumeren.

‘Drie uur!’ zei ze stellig, de plumeau ritmisch meebewegend waardoor alle stof zich weer door de kamer verspreidde. ‘Drie uur drie uur drie uur! Drie uur ben ik bezig, zéker drie uur. Nou okee, soms vijf minuutjes korter, maar ik werk keihard zonder pauze en ik stop pas als ik tevreden ben. En ik ben streng op mezelf hoor. Hoeee ik ben streng.’

Ikzelf zou op dit punt mijn inquisitie hebben gestaakt, want liegende mensen boezemen mij angst in, maar mijn vrouw bracht kalm te berde:

‘Wij hadden de indruk dat het vaak korter was.’

Nou! Dat schoot Gerdie in het verkeerde keelgat. Mijn vrouw en ik weken achteruit terwijl ze met de plumeau toestak. Kórter?! Ab-so-luut niet! Ze stoft alles af, hoekjes stofzuigen keuken dweilen noem maar op, gootsteen vuilnisbak spinraggen halletje trap naar boven kinderkamer slaapkamer badkamer haren putje vloer dweilen noem maar op álles álles álles zonder pauze!

‘Hmmm,’ zei mijn vrouw met een verzoenende glimlach. ‘Okee, mijn excuses dan. Als jij zegt drie uur dan zal dat wel zo zijn.’

Zeker weten dat het zo is, zei Gerdie sip. En ze vond het heel vervelend dat wij dachten van niet. Want zij heeft het ook niet makkelijk.

God dat was waar ook. Gerdie heeft het niet makkelijk. Nog maar een week eerder had ze ons verteld over haar twee zoons, veertigers, voor wie het leven een hoop tobberij in de pijp heeft.

‘De oudste heb clusterhoofdpijnen. Dat kennen de meeste mensen niet maar het is erger als migraine. En de ander is kortgeleden buiten ze schuld op straat gezet door ze vrouw en die zit nu op een kamer zonder contact met ze kinderen. En ik ben alleen. Met me verdriet. Ik ben al jarenlang gescheiden, zonder een seconde spijt, want hij sloeg, maar alléén zijn… Nee, dat is zwaar. Maar ja, ieder huisje heb ze kruisje. En er is nog veel om voor dankbaar te zijn. Bijvoorbeeld fijne mensen zoals jou en jou.’

Kut kut KUTTERETUT! Mijn vrouw en ik schaamden ons een hoepeltje, met ons fijne huwelijk en ons mooie huis dat we niet eens konden schoonhouden. En dan zeuren over vijf minuutjes hier en tien minuutjes daar.

We fietsten naar de bioscoop. We kochten werktuiglijk twee kaartjes. We namen plaats in de lege zaal. We aanvaardden na afloop de terugreis.

‘Hee!’ riep Gerdie terwijl ze de druppende zwabber terughing in de gangkast. ‘En?’ vroeg ze met een stompje in mijn buik toen mijn vrouw de gang had verlaten. ‘Is het weer mooi schoon of is het niet weer mooi schoon?’

Ik keek het gangetje rond. ‘Ben je al klaar dan?’

‘Jahaa!’

Ze was twee uur en vijf minuten bezig geweest.

‘Eh,’ begon ik voorzichtig, ‘de drie uur heb je toch niet gehaald vandaag. Of vergis ik me nu?’

‘Ja nee,’ zei ze. ‘Ja nee kijk jij vergist je inderdaad want ik neem geen pauze en ik werk keihard door.’ Ze keek me ontstemd aan, ogenschijnlijk om te peilen of ik haar niet in de maling stond te nemen. ‘Ik kan het ook op me gemakkie doen en de hele tijd koffie drinken. Als jij dat liever wil. Dan kom ik wel aan die drie uur van jou. Maar ik werk door. Ik drink geen koffie. Kies jij maar wat je wil.’

‘Maar vanmiddag zei je nog,’ antwoordde ik aarzelend, ‘met enige stelligheid zelfs, dat je daadwerkelijk gemaakte aantal arbeidsuren… ehm dat dat aantal dus… het aantal van drie betrof… Als ik me goed herinner…’

‘Kijk dan zelf!’ riep ze verontwaardigd. ‘Boekenplanken keukenplanken lamp hiero daaro kinderkamer slaapkamer hoekjes haren doucheput noem maar op.’

Ze leidde me opgewonden gebarend door het huis, wijzend op iedere vierkante centimeter die ze had afgestoft en opgepoetst. En ik moest toegeven: de boel was spic en span. Als ze het altijd zo deed, hoorde je ons niet mopperen.

‘Jaaaah Gerdie,’ zei ik waarderend, ‘Als je het altijd zo deed, dan hoorde je ons niet mopp…’

‘Ik dóe het altijd zo!’ gilde Gerdie.

Ik gebaarde in paniek dat ze stil moest zijn en gaf haar drie uur schoonmaaksalaris en een twintigje benzinegeld extra, dat ze grommend accepteerde. ’s Avonds belde ze op. Ze had de verdachtmakingen heel vervelend gevonden. Ik bood nogmaals onze excuses aan. Dat waardeerde ze.

 

Sindsdien heeft Gerdie onze plumeau meegenomen naar haar eigen huis en beperkt het afstoffen zich tot een paar veegjes met de rug van de hand en enig blazen. De wc-potten doet ze met een beetje spuug en als ze bij het doucheputje is aanbeland pakt ze uit een boterhamzakje wat van haar eigen haren en die propt ze erbij. Sinds een paar weken komt haar zoon met de clustermigraine mee. Hij zijgt kermend in mijn stoel en als ik hem wat aanbied kreunt hij: ‘Kapot. Kapot.’ Gerdie mogen we wel wat aanbieden, jazeker, nog een bakkie koffie graag en ze neemt zelf onze goeie whisky wel mee uit de voorraadkast want haar uurtjes zitten er alweer op en de tijd is gevlogen.

Ik houd maar niet meer bij hoeveel uur ze werkt. Onze lezingen liepen steeds verder uiteen en uiteindelijk is niemand gebaat bij een lamme sfeer. Maar hoe hard het ook klinkt: het vertrouwen is weg. Bij mij althans. En dat is jammer.

Ik moet ervandoor. Ik heb beloofd Gerdies tank te vullen. Ze doet een dutje in ons bed.

In mijn bed, moet ik zeggen. Mijn vrouw is weg. Als ik zeg ‘jammer’ bedoel ik dat soort dingen nog het meest.