Stukjes

De dames zullen we maar zeggen

Er was een politie-inval bij de Bulgaarse mensenhandelaren hierboven op nummer 22.

Of moet ik ze pooiers noemen? Verkrachters? Slavenhouders?

Geen idee maar ik wilde ze uitgeschakeld zien. Dus ik juichte toen de drie mannen werden weggevoerd. In de boeien, helemaal perfect.

Inwendig, juichte ik.

Want ze waren gespierd, met dikke nekken en stalen blikken. Echte gangsters.

Ik had er die ochtend nog eentje gedag gezegd. Hij had een ridicuul hemdje en opgeblazen armen en liet een piepklein hondje uit. Het bood een malle aanblik maar ik wist: geen grappen. Bernadette van nummer 24 zag eens een pistool op hun gangkastje toen de deur openstond.

Op de achterruit van hun auto, een BMW met Duits kenteken, stond in glimmende plakletters:

‘PUSSY VAGON’.

De twee meisjes die er ook woonden werden niet weggevoerd, gelukkig. Het ene meisje, Lala, had geëpileerde wenkbrauwen en kunstnagels en fletsroze lippenstift. Het andere, ik weet niet hoe ze heet, zag er helemaal niet uit als een prostituee. Ze had een onverzorgd kapsel en afgekloven nagels.

Nadat de slavenhouders waren gearresteerd zaten de meisjes een tijdlang alleen in dat appartement. Ze ontvingen klanten thuis en hun hondje poepte op de galerij. De buurman van nummer 58 noemde ze steevast ‘de dames zullen we maar zeggen’, bijvoorbeeld tijdens de brand in onze garage.

Op een avond was er brand in onze garage.

Lala’s auto was met benzine overgoten en in de fik gestoken door een klant genaamd Erik. Die namen weet ik uit het politierapport van de brand, dat ik zomaar te zien kreeg, via via.

Toen ik hun namen wist bekeek ik hun Facebookpagina’s.

Op Lala’s pagina staan foto’s die moeten laten zien wat een geil beschikbaar vosje met ongezonde huid ze is. Op een ervan knuffelt ze een stapel vijfhonderdjes.

Uit de pagina van Erik, een blonde veertiger met konijnentanden, blijkt dat hij die zomer nog met Lala en een tweede man op vakantie was. Foto’s in wegrestaurants, niemand lacht, niemand praat. Ze staren voor zich uit met een schnitzel op hun bord.

Tussen die vakantie en de brand was de relatie kennelijk achteruitgegaan. En op een avond rond halftwaalf hoorde ik: BÁM!

Op straat stond een klein publiek voor onze rokende garage. Buurman 58 zei dat het ging om de Bulgaarse dames zullen we maar zeggen. Na een halfuurtje ging iedereen weer naar binnen.

Dit alles gebeurde alweer een tijd geleden en ik heb geen idee hoe het is afgelopen.

Frustrerend hoor.

De brandschade is opgeruimd, dat wel. Op 22 wonen nu rustige types. Lala en de nagelbijtster zijn weg, hopelijk zijn ze veilig.

Hopelijk zitten de slavenhouders in de gevangenis.

En hopelijk heeft Erik een fijne nieuwe vriendin.

Op zijn Facebook de laatste tijd foto’s van een kat in een kale huiskamer met een roeimachine.

Maar hoe het echt met hem gaat…? Ik kom er niet achter. Hij kan wel wat warmte gebruiken.

Wie niet?

Maar niet van mij. Daarvoor is er gewoon te veel gebeurd in onze garage.

 

(Namen en huisnummers zijn gefingeerd)