Stukjes

Synchroniciteit

In de VS noemen ze tafelvoetbal ‘foosball’. Dat wist ik niet tot ik het gisteren las in Here I Am van Jonathan Safran Foer. De neef van hoofdpersoon Jacob schept op over zijn assistente:

‘I said “Go find me the best foosball table in the world.” And she did.’

Een paar uur later zat ik voor de tv en bekeek de nieuwe aflevering van Better Call Saul. Mike besprak met Gus wat ideetjes om de ruimte waarin een stel Duitsers wordt opgesloten om een drugslab te bouwen, iets aangenamer te maken: biertap, basketbalveldje, pooltafel, en ‘I don’t know, foosball?’

Bijna vijftig jaar zonder foosball. En dan twee foosballs binnen drie uur.

Laatst zei Moniek iets wat me deed denken aan de jongen naast wie ik in de klas kwam te zitten als tienjarige nieuweling op Curaçao. Iedereen noemde die jongen Boyke, maar de meester noemde hem Virgilio. ‘Wat is nou je echte naam?’ vroeg ik, steeds wanhopiger. Hij keek me alleen maar aan met een snottebel en openhangende mond en haalde zijn schouders op. De dag nadat ik dit had verteld deed Moniek een EHBO-cursus met allemaal vreemden, en één heette er Boyke.

Synchroniciteit is het samenvallen in de tijd van twee of meer, niet strikt causaal op elkaar betrekking hebbende gebeurtenissen welker betekenis van gelijk of verwant gehalte is. Psychiater Carl Jung dichtte dergelijke gebeurtenissen veel gewicht toe. Als ze vaak voorkomen is er geen sprake meer van ‘toeval’, zei Jung, maar zijn het ‘ordeningen volgens een bepaald plan’.

Ik geloof niks over een plan, en mij gebeuren die dingen om de haverklap. Ik las ’s middags dat je high wordt als je de buik van een bepaalde kikker likt, en ’s avonds maakte Larry Sanders op een Larry Sanders-dvd een grap over het feit dat je high wordt als je een bepaalde kikker likt. ’s Middags gebruikte een personage van Philip Roth in het Engels het woord ‘gratis’, wat ik nog nooit in het Engels had gehoord, en ’s avonds zei Al Swearengen in Deadwood: gratis.

Toen wij in 1982 vanuit Curaçao terugverhuisden naar Nederland, deden we dat via een reis door de VS. Mijn vader kocht daar Garp van John Irving, in een pocketuitgave die kennelijk samenviel met het uitkomen van Garp de bioscoopfilm: hoofdrolspeler Robin Williams stond op het omslag en daarboven de tekst ‘Now a major motion picture’.

Zo’n tien jaar later las ik die pocket in de trein van Marseille naar Amsterdam. Als langzame lezer was ik al een paar weken bezig, maar terwijl we de Schipholtunnel in reden las ik het boek uit, sloeg het dicht en borg het weg.

Een minuut later stapte op Schiphol een meisje in van mijn leeftijd, begin twintig. Ze ging tegenover me zitten, zette haar rugzak neer, pakte diezelfde 1982-uitgave van Garp en begon bij het begin te lezen.

Ik stapte uit op Lelylaan. Ik heb niks gezegd. Goddank. Misschien was het iemand die vindt dat toeval niet bestaat. Dan had ik er de rest van mijn leven aan vastgezeten.